Diploma zwemmen

1 x per 10 lesweken hebben wij diploma zwemmen. Wanneer uw kind er aan toe is om diploma te zwemmen krijgt hij/zij een briefje mee van de zwemonderwijzer. Op dit briefje dienen de gegevens van uw kind ingevuld te worden. Deze gegevens worden op het diploma overgenomen, dus is het erg belangrijk dat deze juist zijn. Wanneer er buiten onze schuld gegevens op het diploma niet juist zijn worden er extra kosten gevraagd voor een nieuw diploma.

 

Voor diploma A en B zijn er proefdiploma lessen, in deze lessen wordt bekeken of uw kind er aan toe is om diploma te komen zwemmen. De proefzwemlessen zijn iedere 2de en 3de testles voor het diplomazwemmen (zie lesrooster) tussen half 2 en 4 uur. de proefdiplomalessen zijn verplicht! Tijdens de eerste testles zullen we kijken of uw kind in aanmerking komt voor het poefdiploma zwemmen en krijgt het kind een briefje mee wanneer hij/zij deel mag nemen aan de proefdiploma les. Wanneer deze proefdiploma lessen goed verlopen mag uw kind op voor het diploma. Ook dan krijgt hij/zij een briefje mee voor het diploma.

 

De kosten voor het diplomazwemmen zijn 12,50 euro.

 

Wij vragen u dringend om het diplomabriefje op tijd in te leveren (zie datum), dit is altijd uiterlijk twee weken voor het diploma zwemmen. De diplomabriefjes gebruiken wij ook bij de aanvraag voor het diploma zwemmen bij de N.R.Z., daarom kunnen we te laat ingeleverde diplomabriefjes niet meer aannemen.

 

3 en 4 lessen voor het diplomazwemmen zal de zwemonderwijzer bekijken of uw kind er aan toe is om voor het diploma te gaan zwemmen. Daarom is het zeer gewenst dat het kind dan ook aanwezig is in de les.

 

Wanneer u op de dag van het diploma zwemmen te laat, of niet komt, kan uw kind niet afzwemmen. Bij ziekte of andere (bijzondere) omstandigheden van afwezigheid kunt u dit telefonisch laten weten op de dag van het diploma zwemmen.

 

Als uw kind ergens anders een diploma heeft gehaald, of in een ander badje zit (Bv. met schoolzwemmen) wordt uw kind bij ons niet automatisch doorgeschoven. Pas wanneer hij/zij voldoet aan onze normering wordt hij/zij doorgeschoven naar een volgende groep.

Criteria Diplomazwemmen

In de volgende sub-menu's volgen de eisen / criteria die de N.R.Z. stelt aan de verschillende diploma’s.

 

A diploma

Gekleed:

Met voetsprong te water, 15 sec. watertrappen, 12,5 meter schoolslag, onder een lijn door zwemmen, halve draai om de lengteas maken, 12,5 meter enkelvoudige rugslag, uit het water klimmen.

 

Badkleding:

Sprong te water maken, 3 meter onder water zwemmen door het gat in een zeil, 50 meter schoolslag, 50 meter rugslag, drijven op de buik 5 tellen en 5 tellen uitdrijven , drijven op de rug 5 tellen  en 10 tellen uitdrijven, 5 meter borst en rugcrawl, 60 seconden water trappen waarbij 2x draai om de lengteas.

 

B diploma

Gekleed:

Met voetsprong te water, een halve draai om de lengteas, 15 sec. watertrappen, 25 meter schoolslag, onder een vlot door zwemmen, hele draai om de lengteas maken, 25 meter enkelvoudige rugslag, uit het water klimmen.

 

Badkleding:

Kopsprong te water gaan, 6 meter onder water zwemmen door het gat in een zeil, 75 meter schoolslag waarbij 3x voetwaarts naar de bodem zakken, 75 meter rugslag, drijven op de buik 5 tellen en 7 tellen uitdrijven, drijven op de rug 5 tellen en 15 tellen uitdrijven, 8 meter borst en rugcrawl, 30 seconden water trappen met gebruik armen en benen en 30 seconden alleen de benen gebruiken.

 

C diploma

Gekleed:

Met een rol voorover te water, 30 sec. watertrappen en 30 sec. in de helphouding drijven, 50 meter schoolslag, onder een vlot door zwemmen en over een vlot heen klimmen, 50 meter enkelvoudige rugslag, uit het water klimmen.

 

Badkleding:

Kopsprong te water gaan, 9 meter onder water zwemmen door het gat in een zeil, 100 meter schoolslag waarbij 2x koprol voorover en 2x hoofdwaarts naar de bodem duiken, 100 meter rugslag, drijven op de buik 5 tellen na een kopsprong en 10 tellen uitdrijven , drijven op de rug 5 tellen en 20 tellen uitdrijven  aansluitend 5 meter wrikken, 15 meter borst en rugcrawl, hurksprong aansluitend 30 seconden water trappen met gebruik armen en benen en verplaatsen en 30 seconden alleen de armen gebruiken (verticaal drijven met gebruik van de armen)

 

Zwemvaardigheid 1

Gekleed:

1) Te water gaan van de basisrand met sprong, geheel onder water gaan, na het boven komen direct watertrappend van een plastic zak een drijfmiddel maken en hiermee 30 seconden blijven drijven, aansluitend uit het water op de kant klimmen.

 

2) Te water gaan met een kopsprong, direct gevolgd door onder water oriënteren en zwemmen door een gat op 9 meter afstand, daarna 50 meter rugslag, 2x onderbroken door een koprol achterover, 50 meter schoolslag 2x onderbroken door in de lengte onder een vlot door te zwemmen vervolgens er op te klimmen en er weer af te gaan, daarna uit het water klimmen.

 

3) tweetallen.Deelnemer A ligt watertrappend in het water, deelnemer B trekt deelnemer A vanaf de kant met behulp van een flexibeam of plankje naar de kant.

 

In badkleding:

4) 150 meter schoolslag zwemmen met minimaal 2x een correct keerpunt.

 

5) Starten in het water, met de handen aan het startblok, wedstrijdstart gevolgd door 25 meter samengestelde rugslag.

 

6) Te water gaan met een startsprong gevolgd door 25 meter borstcrawl.

 

7) Starten in het water met een wedstrijdstart gevolgd door 25 meter rugcrawl.

 

8) afzet van de kant, 8 meter vlinderslag.

 

9) Te water gaan gevolgd door enkele slagen schoolslaggevolg door het maken van een hoekduik en daarna 3 pilonnen aan te tikken die op onderlinge afstand van 2 meter op minimaal 2 meter diepte staan.

 

10) In het water, rugligging, handen bij de heupen, 5 meter wrikken in de richting van het hoofd, en een gehurkte draai maken.

 

11) in tweetallen, 4x de bal werpen. (afstand is minimaal 2 meter)

 

12) Starten in het water en 10 meter de polocrawl zwemmen.

 

13) 30 seconden ongelijkzijdig watertrappen.

 

Zwemvaardigheid 2

Gekleed:

1) Te water gaan van de basisrand met sprong, geheel onder water gaan, na het boven komen direct watertrappend van een plastic zak een drijfmiddel maken en hiermee 1 minuut blijven drijven, aansluitend uit het water op de kant klimmen.

 

2) Te water gaan met een kopsprong, direct gevolgd door onder water oriënteren en zwemmen door een gat op 9 meter afstand en daarna een pilon op 12 meter aantikken zonder boven te komen, daarna 50 meter rugslag, 1x onderbroken door achtereenvolgens twee keer voorover en twee keer achterover te rollen, 50 meter schoolslag, waarbij 1x het volgende onderdeel wordt uitgevoerd met tweetallen: deelnemer A en B zwemmen naar elkaar toe, deelnemer A legt de handen op de schouders van deelnemer B en duwt deze even onder water terwijl hij/zij er overheen zwemt. Deelnemer B zwemt onder deelnemer A door. Daarna uit het water klimmen.

 

3) tweetallen.Deelnemer A ligt watertrappend in het water, deelnemer B springt vanaf de kant met een hurksprong te water met een flexibeam of plankje in de hand, pakt vervolgens de kant vast, strekt de flexibeam of plankje uit nar deelnemer A en trekt deelnemer A naar de kant.

 

In badkleding:

4) 175 meter schoolslag zwemmen met minimaal 2x een correct keerpunt.

 

5) Starten in het water, met de handen aan het startblok, wedstrijdstart gevolgd door 50 meter samengestelde rugslag.

 

6) Te water gaan met een startsprong gevolgd door 50 meter borstcrawl.

 

7) Starten in het water met een wedstrijdstart gevolgd door 50 meter rugcrawl.

 

8) afzet van de kant, 10 meter vlinderslag.

 

9) Te water gaan gevolgd door enkele slagen schoolslag gevolg door het maken van een hoekduik en daarna door 2 staande hoepels zwemmen die op onderlinge afstand van 2 meter op minimaal 1,5 meter diepte staan.

 

10) In het water, rugligging, handen bij de heupen, 5 meter wrikken in de richting van de voeten, en een gehurkte draai rechtsom maken, uitstrekken en een gehurkte draai linksom maken.

 

11) in tweetallen, 4x de bal werpen. (afstand is minimaal 4 meter)

 

12) Starten in het water en 10 meter de polocrawl zwemmen met een bal.

 

13) 30 seconden ongelijkzijdig watertrappen, op signaal 3x omhoog komen.

 

Zwemvaardigheid 3

Gekleed:

1) Te water gaan van de basisrand met sprong, geheel onder water gaan, na het boven komen direct watertrappend van een plastic zak een drijfmiddel maken en hiermee 30 seconden blijven drijven, daarna onder water gaan, weer boven komen en de zak weer vullen met lucht en 30 seconden drijven, aansluitend uit het water op de kant klimmen.

 

2) Te water gaan met een kopsprong, direct gevolgd door onder water oriënteren en zwemmen door een gat op 9 meter afstand en daarna een pilon op 15 meter aantikken zonder boven te komen, daarna 50 meter rugslag, 50 meter schoolslag, onderbroken door een hoekduik, onder water door een poortje heen, een halve draai om de lengte-as maken naar rugligging en zo boven komen. Uit het water klimmen.

 

3) tweetallen.Deelnemer A ligt watertrappend in het water. Minimaal 10 meter van de kant. Deelnemer B springt vanaf de kant met een hurksprong te water met een flexibeam of plankje in de hand, strekt de flexibeam of plankje uit naar deelnemer A en trekt deelnemer A 10 meter in rugligging naar de kant

 

in badkleding:

4) 200 meter schoolslag zwemmen met minimaal 3x een correct keerpunt.

 

5) Starten in het water, met de handen aan het startblok, wedstrijdstart gevolgd door 75 meter samengestelde rugslag.

 

6) Te water gaan met een startsprong gevolgd door 75 meter borstcrawl, met minimaal een correct tuimelkeerpunt.

 

7) Starten in het water met een wedstrijdstart gevolgd door 75 meter rugcrawl, met minimaal een correct keerpunt.

 

8) Te water gaan met startsprong, gevolgd door 15 meter vlinderslag.

 

9) Te water gaan gevolgd door enkele slagen schoolslag gevolg door het maken van een hoekduik en daarna een hoepel van de bodem tillen en er doorheen zwemmen (op 2 meter diepte verticaal ligt).

 

10) In het water, rugligging, handen bij de heupen, 5 meter wrikken in de richting van het hoofd, aansluitend een gehurkte draai achterover maken.

 

11) Starten in het water, 10 meter polocrawl met de bal zwemmen, met z’n tweeën naast elkaar, de bal twee keer naar elkaar overspelen.

 

12) 30 seconden ongelijkzijdig watertrappen, waarbij de bal minimaal 3x wordt overgegeven van de ene naar de andere hand, ruim boven het wateroppervlak.

 

Keuzepakketten

Na C-diploma is er nog de mogelijkheid om door te zwemmen voor keuzepakketten.

 

Er zijn verschillende keuzepakketten.

Bij ons is de mogelijk om te zwemmen voor Survivel-Snorkelen-Wereld zwemslagen-Balvaardigheid-Springen van de plank.  

Uw kind kan drie diploma’s per keuzepakket halen.

 

Bijv. wanneer een kind oefent voor keuzepakket survival dan heeft hij/zij 3 keer een examen in dit onderdeel en kan dus 3 keer een diploma halen. Bij iedere diploma worden de vaardigheden uitgebreider en moeilijker

 

In overleg met de kinderen kiezen we als groep zijnde, wanneer ze een diploma hebben gehaald, welk keuzepakket ze dan willen oefenen.

De kosten voor het keuzepakket-diploma is 10 euro

 

Dit zwemmen, is voornamelijk voor het plezier, in beweging zijn, sociale contacten, maar uw kind leert ook nog een heleboel.

 

Het afzwemmen van de keuzepakketten wordt meestal tijdens de lessen gedaan. Hier krijgt u wel bericht van. Hier staat geen vaste tijd voor, dit wordt gepland wanneer de meeste kinderen het onderdeel beheersen.

Wanneer uw kind hiervoor mag afzwemmen kunt u boven op de tribune kijken.

 

Heeft u hierover vragen of wilt u meer informatie dan kunt u meer informatie vragen bij de baliemedewerkster.